Financieel toezicht gemeenten

'Hebben de Overijsselse gemeenten hun huishoudboekjes op orde?' Dat is de vraag die centraal staat wanneer de provincie de jaarlijkse begrotingen beoordeelt.

Met 'op orde' bedoelen we dat de jaarlijkse inkomsten van een gemeente hoog genoeg zijn om de jaarlijkse uitgaven te kunnen betalen. Verder moet helder zijn dat het geraamde geld voldoende is om de doelen te realiseren. Dit is vastgelegd in de gemeentewet en uitgewerkt in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 (GTK2020).

Financieel toezicht uitgelegd

Een uitgebreide uitleg van het financieel toezicht op gemeenten. 

Begroting insturen en beoordeling

Gemeenten sturen elk jaar voor 15 november hun begroting naar de provincie. Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van de provincie, beoordelen vervolgens of de begroting voldoet. De gemeenten krijgen de uitkomst van deze beoordeling in een brief. Er zijn drie uitkomsten mogelijk:

  1. De begroting (1e jaar) is op orde én de meerjarenraming (laatste jaarschijf) is op orde.
  2. Alleen de begroting (1e jaar) is op orde of alleen de meerjarenraming (laatste jaarschijf) is op orde.
  3. De begroting én de meerjarenraming zijn niet op orde.

Gemeenschappelijk toezichtkader

Alle provincies gebruiken een toezichtkader om de “huishoudboekjes” van gemeenten te beoordelen. De uitwerking van die afspraken staat in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020. De afspraken zijn vastgelegd in de ‘Gemeentewet’ en het ‘Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten’.