Familiebedrijven in Overijssel goed voor 218.000 banen

Gepubliceerd op

Familiebedrijven leveren in Overijssel een grotere bijdrage aan de economie dan in andere provincies. Overijssel is koploper in zowel het omzetaandeel als de toegevoegde waarde van alle familiebedrijven. Ook is het aandeel familiebedrijven in Overijssel groter dan het landelijk gemiddelde. Dat blijkt uit analyse van CBS-cijfers door het Expertisecentrum Familiebedrijven (hogeschool Windesheim) in samenwerking met Provincie Overijssel.

Ruim 28 duizend familiebedrijven

In Overijssel zijn er 28.265 familiebedrijven met meer dan één werknemer. Dat is 63 procent van alle bedrijven in de provincie. Landelijk lag dit percentage op 58 procent. Zij zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor 41 procent van wat er binnen het provinciale bedrijfsleven wordt verdiend. Dit is een toename ten opzichte van het voorgaande jaar (39 procent). In vergelijking met de rest van Nederland is dat opvallend, want landelijk dragen familiebedrijven in beide jaren 29 procent bij. Overijssel behaalt hierin ten opzichte van andere provincies al meerdere jaren een koppositie. Dit onderstreept het belang van provinciaal beleid gericht op familiebedrijven. 

Steuntje in de rug

Familiebedrijven zijn de ruggengraat van onze economie, het zijn bedrijven die verankerd zijn in onze dorpen, steden en wijken. Familiebedrijven zijn niet alleen essentieel voor de Overijsselse economie, maar ook voor de leefbaarheid. Ze sponsoren de hockeyvereniging en het bloemencorso. Ik vind het belangrijk dat familiebedrijven er niet alleen voorstaan. De afgelopen jaren konden ze al gebruik maken van het programma Family Next, waarbij de provincie familiebedrijven in contact brengt met een coach. Iemand die bijvoorbeeld zelf al eens een bedrijfsopvolging heeft meegemaakt. En die snapt dat elke familie z’n eigen unieke verhaal heeft.

Erwin Hoogland Gedeputeerde economie

Meer dan 200 duizend banen

Familiebedrijven zorgen in Overijssel voor 218.100 banen. Dat betekent dat 37 procent van de Overijsselse banen te vinden is bij een familiebedrijf. Dit percentage ligt aanmerkelijk hoger dan de landelijke cijfers (32%). Volgens associate lector familiebedrijven Erik Veldhuizen is het belangrijk dat deze bedrijven gekoesterd worden: “Noaberschap zit bij familiebedrijven in onze regio in hun DNA, het op elkaar letten, willen zorgen voor hun medewerkers en de gemeenschap. Daar moeten we aandacht voor hebben en zuinig op zijn.” Kijkend naar de verschillende sectoren valt op dat in de landbouw (93%), financiële dienstverlening (76%), horeca (74%), bouwnijverheid (73%) en vervoer en opslag (72%) de meeste vestigingen te vinden zijn als familiebedrijf. Senior onderzoeker familiebedrijven Bart Hoogeboom: “Familiebedrijven zijn wereldwijd de meest voorkomende organisatievorm. Ze zijn te vinden in vrijwel alle bedrijfstakken en zijn in onze regio ook heel sterk vertegenwoordigd.”

Hoogste percentage familiebedrijven in Staphorst

Uit de analyse van de CBS-cijfers blijkt verder dat er een groot verschil is tussen stad en platteland. Gemeenten met het hoogste aandeel familiebedrijven in de provincie zijn Staphorst (83%), Tubbergen (76%), Dinkelland (75%) en Hof van Twente (73%). Staphorst heeft daarmee ook het hoogste percentage familiebedrijven van heel Nederland.

“Je merkt dat er hier veel familiebedrijven zijn, je bent in elkaars nabijheid. Je hebt meer contact en je doet meer met elkaar én voor elkaar. Dat is in een dorp waarschijnlijk sterker dan in een stad. Doordat we in een hechte gemeenschap wonen/werken, weet je wat je aan elkaar hebt. Je wilt dus ook graag wat voor elkaar doen op basis van wederzijds vertrouwen. Staphorst staat vaak bekend als behoudend, maar als je kijkt naar de innovativiteit die hier zit, is het dorp en de gemeenschap juist erg vooruitstrevend!”

Johan Bert Boonstra algemeen directeur bij Boer Staphorst bouw- en woonwinkel in Staphorst

De grote steden Zwolle (51%), Deventer (55%), Enschede (55%) en Hengelo (55%) hebben de laagste aandelen, maar in absolute aantallen staan zij wel in de top 5. Dit komt omdat in steden veel meer grote bedrijven gevestigd zijn, die geen familiebedrijf zijn. In veel plattelandsgemeenten is het omgekeerde waar. Daar zijn familiebedrijven oververtegenwoordigd en vind je relatief meer kleine bedrijven.